Je hebt avonturen en je hebt avonturen. Dit was een avontuur.

Geschreven door Paul Bierman op 30 06 2020

Wekenlang zat Maikel aan mijn hoofd te zeuren of ik wilde komen buitenzwemmen. Ik gebruikte elke smoes die ik kon verzinnen.
Tot nu. Niet zeuren en gewoon doen.
Maikel bood een uur tevoren nog een uitweg, het weer is bagger. Maar nee, nu gaan we het doen ook. Op de foto staan we nog onverschrokken aan de kant met de wetsuits op onze heupen.
Helaas bleek de rits van mijn wetsuit kapot. Ook had ik geen meedrijvende boei die het voor de politie makkelijk zou kunnen maken mijn lichaam te vinden.
Dus ik ging slechts gehuld in een ballenknijper te water. Overal op de Plas stonden schuimkoppen. De wind stond straf in de richting van de Oostoever waar we ons bevonden. ‘Kom ik hier ooit weg?’ schoot door me heen.

De klotsbak Sloterplas

Omdat ik een afwijking naar rechts heb vroeg ik Maikel aan die kant te zwemmen. Dan oriënteerde ik me op zijn oranje boei. Dat ging 3 slagen prima. Daarna was hij weg. Laten we het er op houden dat er enig niveauverschil is. Dan maar de wallenkant in de gaten houden. Het voordeel van langzaam zwemmen is dat je de vegetatie goed kunt bestuderen. Mooie plant, zwemslag, zwemslag, nog steeds dezelfde plant en nog even mooi. Dat klinkt rustgevend maar de werkelijkheid was anders. De Plas was woest en de golven sloegen om je oren. Ik sloeg terug. Zal ze leren. Niet dat ik daarmee iets opschoot maar het voelde toch als een soort genoegdoening. Naast deze wederzijdse geseling was er nog een andere attractie door Moeder Natuur bedacht, de mangeling.
Ik heb het drijfvermogen van een looien deur en al helemaal zonder wetsuit, maar toch werd ik op en neer en heen en weer gesmeten dat het een lieve lust was.
Ik vind een baantje in het zwembad al een uitdaging maar hier alleen in de woeste, koude plas was het een ware worsteling.

Maikel hield me goed in de gaten. In het begin. Maar toch was ik hem op enig moment helemaal kwijt. Hij kan toch niet verdwenen zijn? Ik maakte me oprecht zorgen ook al had hij een boei mee. Het is een rebel, pain in the ass, ben het zelden met hem eens, maar zou hem voor geen goud willen missen. ‘Maikel!!!, Maikel!!!’ schreeuwde ik over het water. Wind, geklots, maar geen antwoord. Dan maar doorploegen. Het laatste dat hij meldde is dat we naar het Stenen Hoofd zouden zwemmen. Ik had er een hard hoofd in.
En toen doemde het op, Maikels en het Stenen hoofd. We hadden 20 minuten gezwommen. ‘Wat een stroming!’ zei Maik, ‘Ik keek naar je en je komt nauwelijks vooruit!’ ‘Uh, normaal ook niet, hoor’ antwoordde ik. Maik stelde voor terug te gaan maar tot zijn grote verbazing stelde ik voor om door te zwemmen tot een half uur en dan pas om te draaien.

De terugweg ging een stuk sneller. Minder last van de golven. Er diende zich wel een ander ongemak aan, kou. Ook al is het water 19gr., ik kreeg het koud. Ik kon me ineens heel goed voorstellen dat de gemiddelde overlevingstijd bij schipbreuk beperkt is. Het maakt je toch wat angstig. Ik besloot dicht langs de oever te zwemmen. Voelt wat veiliger. We klauteren uit het water en hijsen ons bibberend in de kleren.
Pas na twee uur is mijn lichaam overal warm.
Een hachelijk avontuur maar toch denk ik dat ik het leuk vind. Misschien ben ik krankzinnig geworden?