Als actieve bewoner ben ik samen met het Bewonerscollectief Osdorp De Punt altijd op zoek naar een klein beetje ondersteuning om buurtbijeenkomsten te organiseren en dingen voor elkaar te krijgen in onze wijk. In de afgelopen jaren hebben we dan ook verschillende malen meegedaan met de buurtbudgetten. Persoonlijk was ik altijd al tegen deze ‘spiegeltjes en kraaltjes’ die over de wijk werden uitgestrooid. Het initiatief klinkt leuk en had dat ook moeten zijn, maar achter grote woorden als ‘geld naar de wijk’ of ‘leuke dingen doen’, zag iedereen met een beetje gezond verstand dat er bitter weinig van klopte. Dat patroon herhaalde zich later overigens bij een aftakking hiervan: ‘De sociale ondernemer van het jaar’ in Amsterdam Nieuw-West, maar dat bewaren we voor een andere keer. Vandaag ligt de focus op de buurtbudgetten.
Fase 1: Zieltjes winnen
Het begint al direct onsmakelijk: stemmen ronselen voor elkaars ideeën. Bewoners kunnen binnen een strak kader van normen en spelregels plannen aandragen en moeten vervolgens circa veertig stemmen verzamelen om door te mogen naar de tweede ronde. Daar ging het direct al mis. Mensen met sociaal kapitaal, lees: korte lijntjes naar de politiek of een groot netwerk (veelal subsidieafhankelijke ondernemers) , hadden altijd een voorsprong. Ondernemers en bewoners die kind aan huis waren in buurt- en theehuizen konden daar eenvoudig hun stemadviezen ophangen. Bewoners zonder zo’n netwerk vielen genadeloos af. Daarnaast was het voor de gewone stemmer schier onmogelijk om een gebalanceerde keuze te maken tussen ruim 250 ingediende ideeën. Zeker met een website die zo traag reageerde als of je weer in 1990 met een 56k6 modem ‘surfde’.
Billboards om bewoners te attenderen op de buurtbudgetten verschenen uitsluitend in drukke winkelstraten en op centrale pleinen. Veelzeggend is dat er wel grote reclameborden stonden op Tussenmeer en het Osdorpplein, maar dat het Dijkgraafplein, ondanks herhaaldelijk aandringen en verzoeken vanuit de buurt, vaak werd overgeslagen.

Kwetsbare buurten: altijd -1
De opzet van het platform zorgde meteen voor een harde vorm van ‘gatekeeping’ (indirecte uitsluiting). De website was traag en complex: postcodes invoeren, e-mailactivaties voltooien, eindeloos geduld opbrengen en worstelen met hoogdravend ambtelijk taalgebruik. Deze site zou zonder twijfel stranden op elke serieuze WCAG (toegankelijkheidsaudit voor website, verplicht voor de overheid) audit. Bewoners die minder digitaal vaardig zijn of leven met een beperking, vielen direct buiten de boot. En in buurten waar bewoners simpelweg in de overlevingsstand staan, zoals rondom het Delflandplein of De Punt: tja, die mensen hebben wel wat anders aan hun hoofd.

Werkloos Amsterdam: altijd +1
Wie keek naar de manier waarop werving en publieksactivatie werden aangepakt, zag precies waar ambtelijk Amsterdam altijd in uitblinkt: werkloos Amsterdam bedienen. Ik doel hierbij specifiek op de tijdstippen waarop de koffiekarren en ambtenaren op straat aanspreekbaar waren. Op een enkele uitzondering na stonden die karren uitsluitend onder werktijd op pleinen en straten. Daarmee geef je als stadsdeel een veelzeggend signaal af: wij richten ons primair op mensen zonder baan en op de vertrouwde gezichten van subsidieafhankelijke organisaties. Deze groep is immers omvangrijk genoeg om voor de bühne het draagvlak aan te tonen, compleet met kekke foto’s voor Instagram.

Nepotisme en eigen vrienden: altijd +1
Wie kritisch bekeek wie er daadwerkelijk plannen indienden, zag een bekend patroon: het waren keer op keer dezelfde ondernemers en bewoners die toch al floreerden binnen het subsidiecircuit. Keer op keer zag je dezelfde figuren terugkeren die exact wisten hoe ze aanspraak moesten maken op deze geldpotten.
Buurtbudgetten als noodkreet voor verzuimde kerntaken
Steeds vaker fungeerden buurtbudgetten als stoplap voor kerntaken die de gemeente Amsterdam zelf liet liggen. Het was ronduit pijnlijk om te zien hoeveel aanvragen er binnenkwamen voor verkeersdrempels, het opknappen van verwaarloosde speeltuinen of extra straatverlichting op plekken waar mensen zich onveilig voelen.
Conclusie
Gezien het bovenstaande zal het de lezer niet verbazen dat ik opgelucht ben dat deze vorm van concurrentie en verspilling van ons zuurverdiende gemeenschapsgeld ten einde komt. Mocht men in de toekomst nog koffiekarren de straat op sturen: werkloos Amsterdam kan prima in de avonduren aansluiten, men is tenslotte overdag vrij. Ambtenaren die daadwerkelijk in verbinding willen staan met de wijk, zullen vaker buiten kantoortijden moeten werken. Dat hoort bij het vak. De gemeente wil toch immers ook dat alle Amsterdammers, werkend én niet-werkend,elkaar weer echt ontmoeten?
Nieuw: normen/kaders: positie als een audit
In mijn dagelijks leven bereid ik veel audits voor. Audits werken met overzichten van documenten en gegevens die moeilijke lange teksten plat slaan naar rijen van normen en uitleg. Hieronder zal ik met een rapport evaluatie van buurtbudgetten uit Noord/Zuid de pijnpunten uiteen zetten. Evident is dat grotendeels mijn positie zich laat staven met deze rapportage.
Er zijn twee modellen van buurtbudgetten:
Model A: (“Stadsdeel begroot”)
Dit is een stadsdeelbreed digitaal proces. Bewoners dienen online plannen in, de gemeente toetst deze op haalbaarheid en vervolgens kunnen alle bewoners vanaf 12 jaar met een unieke stemcode per brief digitaal stemmen. Dit model werd toegepast in onder meer Centrum, Nieuw-West, Weesp en West.
Model B: (“Co-creatie”)
Dit model focust op specifieke gebieden of buurten met veel fysieke bijeenkomsten. Bewoners werken samen aan plannen en krijgen ondersteuning van ambtenaren om hun ideeën haalbaar en uitvoerbaar te maken. Dit model werd toegepast in Noord, Oost en Zuid
| Thema | Belangrijkste kritiekpunt | Toelichting |
| Inclusiviteit en bereik | Onvoldoende inclusief en digitaal selectief | Model A bereikt vooral digitaal vaardige bewoners. Fysieke bijeenkomsten bij Model B sluiten juist mensen uit met een volle agenda. |
| Dalende participatie | Afnemende belangstelling en opkomst | Bij digitale stemrondes zoals in West zakte de opkomst met 3 tot 5% naar slechts 7%. |
| Bureaucratie en drempels | Te hoge eisen aan bewoners | Er worden te zware eisen gesteld aan planbeschrijving en uitvoering. Model B2 wierp zelfs onnodige barrières op voor aanvragers. |
| Begeleiding en capaciteit | Gebrek aan ambtelijke ondersteuning | Bewoners krijgen te weinig hulp bij het haalbaar maken van plannen, terwijl intensievere cocreatie onevenredig veel ambtelijke capaciteit vraagt. |
| Inhoudelijke balans | Scheefgroei tussen thema’s | Er ontbreekt een evenwichtige verdeling tussen ingediende en toegekende sociale projecten versus fysiek groene initiatieven. |
| Sociale cohesie | Gebrek aan ontmoeting | Bij de puur digitale modellen ontbreekt de mogelijkheid tot echte fysieke ontmoeting en verbinding tussen buurtbewoners. |
| Complexiteit en versnippering | Verwarring door te veel modellen | De naast elkaar bestaande werkwijzen zorgden voor onduidelijkheid bij zowel bewoners als ambtenaren. |
| Ambitie versus middelen | Stapeling van ambities | De hoge verwachtingen vanuit de gemeenteraad wringen met de beperkte beschikbare uitvoeringsbudgetten en ambtelijke capaciteit. |